Tactisch gezien… ik heb donderdagochtend de match van Mechelen in Kortrijk herbekeken, met mijn kom koffie en mijn farde open op de pagina van de vrije trappen.
Volgens Voetbalkrant was Myron van Brederode een stuk van de match onzichtbaar. Dat ken ik: bij ons noemen ze dat „zijn krachten doseren”. Dan lanceert hij in de tweede helft Cedric Van Meirvenne diep, Ndjeungoue maakt de fout, en Kortrijk eindigt met tien. De vrije trap knalt tegen de muur. En van Brederode neemt de herneming en egaliseert.
De muur, dat is mijn onderwerp. Mijn muur heeft op zondag twee opties: hij springt, of hij draait zich om. Niemand heeft ooit de tweede bal getraind. Dat zet ik dinsdag op training. Als ze met elf zijn, toch.
Van Brederode legt het zelf eenvoudig uit aan Voetbalkrant: er zat wat irritatie in, en zo’n bal moet je gewoon op de slof nemen, zonder na te denken. „De ene keer vliegt ie het stadion uit, de andere keer vliegt ie erin.” Bij ons vliegt hij in de tuin van de buren, maar het principe is hetzelfde.
Over de rode kaart is hij duidelijk: „De rode kaart was top voor ons, want voordien kwamen we er niet uit. Daarna kwamen er ruimtes.” Ruimtes. Op ons veld 2 dat afhelt komen de ruimtes vanzelf, die rollen naar het onderste doel.
En bij de 1-3 dribbelt hij tussen drie spelers van Kortrijk. Hij zegt nochtans: „Dat was een mooie actie, maar ik had liever nog een keer gescoord.” Daar heb je een jongen die tegelijk aan het collectief en aan het topschuttersklassement denkt. Ik heb er zo een op linksback.
Freddy, jouw linksback heeft nog nooit drie spelers gedribbeld. Ik weeg mijn woorden.
Mechelen trekt zaterdag naar Leuven met 9 op 9. Ik doe zondag de vrije trappen opnieuw. Met een muur die zich omdraait.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Voetbalkrant.







