Standard heeft vrijdagavond met 3-0 van Beveren gewonnen. Drie goals van Dennis Eckert Ayensa. De eerste in de vierde minuut, de andere twee in de tweede helft, waaronder een strafschop.
Sporza schrijft dat hij 404 wedstrijden op zijn eerste hattrick heeft moeten wachten. Vierhonderdvier. Dat is lang. Dat is eerlijk.
Ik las dat maandag in de frituur, in mijn weekblad, terwijl ik nagaf of de score niet veranderd was. Hij was niet veranderd.
Wat me deed stilstaan, is wat volgde. Hij heeft amper gevierd. Amper. Hij bleef ingetogen voor de microfoon van DAZN. Aan Sporza zei hij: „Dit is niet de mooiste avond in mijn voetbalcarrière, maar uiteraard ben ik tevreden met mijn allereerste hattrick.”
En dit, nog altijd aan Sporza: Standard had 1 op 15 voor deze wedstrijd, dus het was niet de tijd om veel te vieren. Hij zal uitbundiger vieren wanneer de ploeg vaker wint.
In 1980 stak men de arm op, en dat was al veel. Ik dacht dat die school gesloten was. Ze heeft één leerling. Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk, en nu houdt de vergelijking stand.
Ik heb voor hem geroepen, dan is dat gedaan. Dat is historisch. Ik weeg mijn woorden. Nu ja, niet slecht.
Hij werd verkozen tot man van de match. Hij vertrok met de wedstrijdbal. Drie goals, één bal, en amper gejuich. Noteer dat ik niet tegen vreugde ben. Ik ben tegen vreugde die men herhaalt in de krachtzaal.
Het is de eerste competitiezege van Standard sinds 5 september, tegen Antwerp. Twee maanden. De volgende match is binnen twee weken, op het terrein van Lommel.
Enfin. Het is de tijd, en soms houdt hij zich goed.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Sporza · Voetbal.







