Anderlecht won met 1-2 bij Cercle Brugge. Ik schreef de score in mijn notitieboekje, tabblad „uitslagen”. Daarna las ik de analyse van Marc Degryse in Het Laatste Nieuws en moest ik een nieuw tabblad openen.
Hij begint met een vraag: „Hoe is het mogelijk dat Anderlecht nog de drie punten pakte?” Domme vraag, maar als de analist het niet weet, wie dan wel? Hij gaat verder: volgens hem was het het slechtste Anderlecht van het seizoen, „dramatisch voetbal”. En bijna iedereen was het daarmee eens, staat in het artikel. De ploeg die won, was dus slecht. Ik heb het twee keer herlezen in de trein van 7u32.
Daarna legt hij de „voetbalwet” uit: je mag nóg zoveel beter zijn dan de tegenstander, als je niet de genadeslag uitdeelt, betaal je dat cash. Cercle vergat de 2-0 te maken. Het bleef trouw aan zijn plan: hoog druk zetten, zonder efficiëntie. En het trapte op het einde twee keer in de val. In het basket tel je de punten en ga je naar huis. Hier is er een wet, en die staat nergens geschreven, ik heb het nagekeken.
Het beste stuk komt daarna. Degryse looft Vítor Bruno, de trainer van Anderlecht, die besliste om „op een ouderwetse manier” met zoveel mogelijk spitsen te spelen. Hij noemt dat „casino”. In de slotfase stonden vooraan: Cvetkovic, Bentayeb, Bertaccini, plus Antman. Vier namen, ik heb geteld. Volgens hem zouden veel trainers dat niet doen, ze blijven trouw aan hun principes. Het artikel noemt Pep Guardiola onder hen.
Ik heb dus een tabblad „heel slecht”, een tabblad „gewonnen” en een tabblad „beter dan Pep”. Ze gaan over dezelfde match. Men zegt me dat het altijd zo geweest is, oké, maar wat dan nog?
Vier aanvallers op het einde, dat doe ik elke zondag. Niet uit keuze: de verdedigers zijn de kinderen gaan halen.
Kortom, ik heb nog veel te leren.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Voetbalkrant.







