Dinsdag was er een persconferentie. De dag voor de wedstrijd. Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk.
In 1980 at een speler de dag voor een wedstrijd pasta en ging hij vroeg slapen. Niemand vroeg hem wat hij van de tegenstander vond. Hij ontdekte die de volgende dag, op het veld. Dat was het principe.
Vandaag zet men een tafel neer, microfoons, een paneel met sponsors. Joaquin Seys, linksback van Club Brugge, ging zitten en zei, volgens La Voix du Nord: „Als je Champions League speelt, wil je tegen de beste spelers ter wereld spelen, het is jammer dat er tegenover ons geen spelers van wereldklasse staan.” Daarna voegde hij toe: „Het zullen zeer goede spelers zijn, het wordt een lastige wedstrijd, we krijgen goede spelers tegenover ons.” Twee zinnen. De tweede dient om de eerste op te bergen. De persconferentie maakt haar eigen correcties. Het is een gesloten systeem.
Ivan Leko deed het avondwerk. Hij vindt de namen bij Lens minder aantrekkelijk dan die van Inter, Liverpool, Barça of Arsenal, maar Lens beter dan verwacht. Hij zei: „Wij komen net uit een overwinning op verplaatsing, dat kan ons in de val lokken.” Brugge won 3-4 op het veld van Inter. Een trainer die een zege wantrouwt. Dat keur ik goed. Dat komt uit mijn tijd.
Lens werd vorig seizoen tweede in de Ligue 1. Hun aanvoerder, Florian Thauvin, was beslissend in acht van de tien wedstrijden van dit seizoen. Ik las dat in mijn weekblad, in de frituur. Papier geeft geen persconferentie. Het wacht tot maandag.
Maar Marcel, zonder persconferentie weten we toch niet wie gemotiveerd is.
Dat weten we woensdag, om 21 uur. In het Jan Breydel. Trouwens, een woensdagavond. Noteer dat ik niet tegen vooruitgang ben. Ik ben tegen deze vooruitgang. Enfin. Het is de tijd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: RMC Sport.







