Een rode kaart op een telefoon. Ik las dat in de NOS. Ik legde de krant neer. Ik nam ze terug.
In de Uruguayaanse beker, tijdens Nacional-Rentistas, toonde scheidsrechter Eduardo Varela de gele en rode kaarten op een digitaal toestel. Smartphoneformaat. Na iets meer dan een uur werd aanvaller Nahuel Gelos de eerste speler die met een digitale rode kaart van het veld werd gestuurd. Hij schrijft geschiedenis via een scherm. Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk.
In 1980 had de scheidsrechter een broekzak. In die zak zat een kaart. De kaart was ’s ochtends rood, ’s avonds rood, rood in de plensregen. Men stak ze omhoog. De speler vertrok. Niemand vroeg naar de code.
Het Uruguayaanse toestel kan meer. De scheidsrechter noteert er de wissels, de doelpunten en de strafschoppen in, en volgt wie een kaart kreeg. Alles gaat onmiddellijk naar de systemen van de bond. In mijn tijd schreef de scheidsrechter op de achterkant van een blad, en het blad kwam aan wanneer het aankwam. De stand veranderde daar niet van.
Dan was er Defensor Sporting tegen Plaza Colonia. De test moest worden onderbroken. Het zonlicht belette de toeschouwers de kleur van de kaart te zien. De zon. Ze schijnt al altijd op de stadions. Ze had nog nooit iemand belet een kaart te zien.
Volgens de NOS zei Diego de la Pena: „Het is een project dat nog voor verbetering vatbaar is.” Hij voegde eraan toe: „Live zag het er een stuk beter uit dan op televisie. De uitdaging waar we nu voor staan, is om het voor het hele publiek te verbeteren.” Ik lees een openheid die ik respecteer.
Domme vraag, maar heeft de plastic kaart een batterij?
Nee. Dat is zelfs haar grootste verdienste.
De ontwikkelaar, REFe, werkt al enkele jaren samen met de Uruguayaanse bond. Hij hoopt dat de CONMEBOL en daarna de FIFA het toestel overnemen. Noteer dat ik niet tegen vooruitgang ben. Ik ben tegen deze vooruitgang. Enfin. Het is de tijd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: NOS.







