Robert Maaskant wordt bondscoach van Tuvalu. Contract voor een jaar. Ik las het in de frituur, in mijn weekblad. Ik heb het tweemaal gelezen.
Tuvalu is geen lid van de FIFA. Het speelt de kwalificaties voor het volgende WK niet mee. Dus geen VAR, veronderstel ik, op geen enkel moment. Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk. En de vergelijking valt uit in het voordeel van Tuvalu.
Het eerste toernooi heet de Four Nations Cup. In januari, in Nieuw-Zeeland. Een eenvoudige naam. Hij zegt wat hij is. Dat zie je niet meer.
Er zijn al anderen geweest voor hem. Foppe de Haan, een Fries, zes matchen als bondscoach in 2011. Leen Looijen, in 2013 tijdelijk verantwoordelijk voor de voetbalprestaties van de archipel. Een kleine traditie. Ze is zo oud als het reuzenscherm, maar het blijft een traditie.
Hij trainde NAC Breda, Willem II en Groningen. Met Wisla Krakau werd hij in 2011 kampioen van Polen. Hij neemt een assistent mee, Thijs Matla, en werkt samen met twee Tuvaluaanse assistenten, Nabil Alefaio en Pasene Siale. Een staf van vier. Ik vind dat genoeg. In 1980 zou ik gezegd hebben: veel.
De bond, de TIFA, wil de ploeg verder ontwikkelen en de spelers nieuwe kansen geven om te groeien. Ik heb er niets op aan te merken. Dat is zeldzaam.
Drie assistenten, Marcel. Ik heb de afgevaardigde.
Een jaar, wel. Noteer dat ik niet tegen korte contracten ben. Ik ben tegen deze, in het algemeen. Dit laat ik passeren. Enfin. Het is de tijd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: NOS.






