Napoli won met 3-0 van Frosinone. Nieuwe opstelling, een 3-4-3. Kevin De Bruyne speelde dieper en scoorde twee keer. Een penalty, en een trap van heel dichtbij na een terugspeelbal van Giovane. Tussen zijn twee goals in scoorde Noa Lang ook, van vlakbij.
Ik las het op maandag, in de frituur, in mijn weekblad. De uitslag was niet veranderd.
Na de match zei hij tegen Football Italia dat hij altijd een nummer 8, een nummer 10 was geweest. “Een nummer 8, nummer 10 van oorsprong.” Ze vroegen hem een andere rol te spelen, omdat er te weinig volk was op het middenveld.
In mijn tijd stond het nummer op de rug. De 8 speelde op het middenveld omdat hij de 8 droeg. Men vroeg de speler niet wat hij was. Men keek naar zijn truitje. Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk.
Tegenwoordig is er een gesprek nodig om te weten waar je speelt. Hij legde uit dat Lobotka en Gilmour vier interlandwedstrijden hadden gespeeld, dat Napoli andere spelers wilde sparen, en dat er de komende weken negen wedstrijden op het programma staan. Het is duidelijk. Het is zelfs nauwkeurig. Het klinkt als een agenda.
Hij voegde eraan toe: “Ik ben geen emotioneel mens, ik ben heel pragmatisch.” Die zin vind ik mooi. Ze had in 1980 kunnen worden gezegd. Niemand zou ze gezegd hebben, maar ze had gekund.
Twee goals terwijl hij terugzakt, Marcel. Dat is historisch.
Het 3-4-3 heb ik drie keer geteld. Dat is tien. Met de keeper elf. Dat is tenminste niet veranderd.
Noa Lang zei: “Voor mij maakt het niet uit, het belangrijkste is dat we de match winnen. Hij verdiende het.” Napoli won. De nummer 8 speelde elders en scoorde twee keer. Enfin. Het is de tijd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Football Italia.







