Bournemouth had drie punten na zes wedstrijden. Achttiende. Maar The Guardian gaf er 8,4. Verwachte punten.
In 1980 verwachtte men ook punten. Men noemde ze hoop. Ze stonden in geen enkele krant.
Ik las het maandag in de frituur, bij mijn weekblad. Bournemouth verloor met 5-1 bij Chelsea. Chelsea scoorde vijf keer uit 1,1 xG. Bournemouth één keer uit 1,38. Het model oordeelt dus dat Bournemouth beter verdiende. Het scorebord werd niet geraadpleegd.
Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk. In mijn tijd was een 5-1 een 5-1. Men ging met de tram naar huis. Men berekende niet wat men had moeten verliezen.
De rest moet ik toegeven. Zes zeges op rij, Milan inbegrepen. Zestien goals uit 16,4 xG. Geen enkele tegendoelpunt meer sinds de vrije trap van Jordan Henderson. Achtste plaats. In het klassement van de verwachte punten vierde, met 15,4. Alleen Arsenal, Manchester City en Nottingham Forest doen beter. De twee klassementen zijn naar elkaar toe gekropen. Ze vallen nog altijd niet samen. Vier plaatsen verschil. Het voetbal en de computers blijven onderhandelen. Ik heb niet beslist.
Marco Rose zei tegen The Guardian, ik vertaal: „Op dit niveau draait het om resultaten.” Een serieus man. Hij voegde eraan toe dat hij in de prestaties veel goede dingen zag. Minder serieus. Maar hij had gelijk, wat mij ergert.
Domme vraag, maar hoe wist men in 1980 dat men beter verdiende?
Men wist het. Men zei het in het café. En de dag nadien was het vergeten.
Noteer dat ik niet tegen vooruitgang ben. Ik ben tegen deze vooruitgang. Ik heb het echte klassement uitgeknipt en in het weekblad gestopt. Het andere bleef op tafel liggen, bij de frieten. Enfin. Het is de tijd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: The Guardian.







