Olympique Marseille heeft Toulouse met 2-0 verslagen. Ik las dat op maandag in de frituur, in mijn weekblad. De score was niet veranderd.
Dan is er de persconferentie. Bruno Genesio gaf toe dat zijn ploeg in de tweede helft meer in de eigen zestien was ineengekrompen. “We zijn een beetje ineengekrompen”, zei hij tegen RMC Sport. Hij spreekt over “trauma’s”. Die van Angers. Een week eerder was Angers er dichtbij gekomen om langszij te komen tegen OM, ondanks een achterstand van vier doelpunten.
Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk.
In 1980 zakte een ploeg die voorstond ook terug. Ze zakte terug in haar eigen zestien, in de plensregen, en niemand vroeg waarom. Men zei dat ze de score vasthield. Niemand kwam nadien voor de microfoons uitleggen wat hij gevoeld had. Op maandag las men de uitslag. Twee-nul. Dat was genoeg.
Vandaag leidt men, zakt men terug, wint men, en dan legt men uit. Noteer dat ik het woord apprecieer. Ineengekrompen. Dat is een nauwkeurig woord. Er staat zelfs “een beetje” voor. Je voelt een man die afweegt. Ik heb trainers gekend die niets afwogen, en ook zij wonnen.
Marcel, ineenkrimpen is mijn spelplan in de tweede helft. We verdedigen naar boven, tegen de helling op.
Freddy noemt dat een plan. Ik noem dat een zondag om drie uur.
Wat me stoort, is de week. Een comeback die niet plaatsvond, tegen Angers, volstaat om een ploeg een week later te laten terugzakken, tegen Toulouse. In mijn tijd vergat men de match op dinsdag. Nu neemt men hem mee naar huis.
OM won met 2-0. Enfin. Het is de tijd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: RMC Sport.






