Tactisch gezien moet je die zin goed lezen. Al-Nassr, de club van Cristiano Ronaldo, polste Marc Brys. Hij zei nee. Zijn reden gaf hij aan Voetbalkrant: „Ja, maar dan moest ik ook de nationale ploeg van Saudi-Arabië erbij nemen.”
Twee jobs voor één man. Ik heb mijn kop koffie op de map gezet en de mijne geteld. Trainer van de eerste ploeg, keeperstrainer als Didier niet komt, verantwoordelijke voor de hesjes, chauffeur voor die twee die we bij de rust gaan ophalen, en de kassa van de kantine in het laatste kwartier, want die kassa houdt zichzelf niet recht. Vijf jobs. Ik zeg niet dat dat evenveel werk is als een Saudische club plus een nationale ploeg. Ik zeg alleen dat ik het probleem ken, op een vlak veld na, hè.
Cumuleren is een onderwerp voor de kleedkamer. Dinsdag bereid je het 4-4-2 van de club voor. Woensdag zou je dat van het land moeten voorbereiden. En als ze allebei op dezelfde zondag om drie uur spelen, waar ga je dan staan? Als mijn B-ploeg en de eerste tegelijk spelen, doe ik de rust van de ene en de tweede helft van de andere. De afgevaardigde noemt dat modern beheer.
Marc Brys zegt ook tientallen aanbiedingen te hebben gekregen, ongeveer de helft van nationale bonden, onder meer Libië, Algerije, Tunesië en Bulgarije. Tientallen. Ik kreeg er vorig jaar één: de club van het dorp ernaast wilde onze krijtmachine lenen.
Hij wil een topdrieploeg in de wereld trainen. Hij zei het met een precisie die ik respecteer: „Ik ben bescheiden, ik denk niet dat ik de beste coach ter wereld ben, maar dat is mijn challenge.” Een duidelijk doel, een kleedkamer die weet waar ze naartoe gaat. Precies wat ik in augustus op het bord heb geschreven, met „behoud” in de plaats van „top 3”.
Domme vraag, maar als je trainer bent van een club én van een land, moet je jezelf dan oproepen?
Hij schat zijn kans om ooit nog terug te keren naar België op ongeveer één procent. Eén procent is weinig. Maar het is nog altijd meer dan onze kans op een vlak veld voor 2030.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Voetbalkrant.







