Alors, tactisch gezien: Brugge heeft met 3-4 gewonnen bij Inter. Uit. Ik las de persconferentie van Ivan Leko op Sporza, op de bank van veld 2, mijn handdoek op de knieën, terwijl de afgevaardigde de hesjes opborg.
En daar bleef ik hangen op één zin. Leko zegt dat hij zijn voetbal speelt sinds dag één, tegen kleine Belgische clubs, in een oefenmatch of tegen grote Europese clubs. Hij noemt zichzelf een “romanticus van het voetbal”. Ik ook. Mijn 4-4-2 speel ik in augustus in een oefenmatch, ik speel het tegen de leider, ik speel het als het giet. Het enige eerlijke systeem, hè. Het verschil tussen Leko en mij is het veld. Het zijne ligt vlak.
Hij zegt ook dat Inter klaar was voor de pressing van Brugge en agressiever speelde dan gewoonlijk in de Serie A. Dat ken ik. Als de tegenstander je pressing de week ervoor gezien heeft, komt hij voorbereid. Bij ons volstaat het dat een van mijn jongens de causerie in de kantine navertelt, en de zondag erop weet het hele dorp ervan.
Wat me bevalt, is dat hij zichzelf niets wijsmaakt. Evenwichtige match, wat geluk, en Brugge zit nog niet op het niveau van de play-offs van vorig seizoen, na het vertrek van enkele spelers. Aan Sporza zei hij: “Dit was een mooie wedstrijd, maar dat betekent niet dat je Barcelona bent. We hadden momenten zonder controle over de wedstrijd. Er zijn nog veel dingen waarin we kunnen verbeteren, maar ik ben blij.”
Momenten zonder controle. Dat zet ik dinsdag op training. Als ze met elf zijn, toch.
Een trainer die wint en praat over wat niet werkte. Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk.
Over Nico Tresoldi zegt Leko dat hij blijft groeien en van afwerker een polyvalente speler is geworden. Ik heb mijn map opengedaan en “polyvalent” geschreven naast de naam van mijn linksachter. Hij bemant in de rust ook de kantine.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Sporza.






