PSG won met 2-0 van OL. Ik las het maandag, in de frituur, in mijn weekblad. Daarna heb ik het nagekeken. De score was niet veranderd.
RMC Sport schrijft dat de Gones op het einde van de match bezweken. Parijs is leider. Mika Godts scoorde zijn eerste doelpunt voor Parijs.
Na de match zei Paulo Fonseca: „Ik laat misschien een centrale verdediger als aanvaller spelen.” Glimlachend, schrijft RMC erbij.
Ik ken dat idee. Het is niet nieuw. Vroeger, in de vijfentachtigste minuut, als er een doelpunt nodig was, ging de centrale achterspeler mee naar voren. Niemand kondigde het aan. Niemand glimlachte. Hij ging mee, hij sprong, en we gingen eten. Vandaag kondigt men het eerst aan. Met een „misschien”. Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk.
Dat „misschien” interesseert me. In mijn tijd zei een trainer wat hij ging doen, of hij zei niets. Het „misschien” is gekomen met de microfoons. Het laat toe te praten zonder iets te beslissen. Het is een techniek. Ik erken dat ze doeltreffend is.
Marcel, ik doe dat zonder micro en zonder misschien. En in de degradatiestrijd werkt dat.
Niakhaté gaf toe: „Het is om razend van te worden, de spijt is er.” Die zin heb ik in 1976 gehoord, in de stortregen. Hij is geen rimpel ouder geworden. Het is de enige.
Luis Enrique droeg de zege op aan „Kvara”. Godts zei: „We hebben gewonnen voor Kvara.”
De verdediger speelt misschien vooraan. Of niet. We zullen het zien bij de volgende match. Enfin. Het is de tijd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: RMC Sport.







