Domme vraag, maar waar laat je je handen als je glijdt? Anderlecht verloor met 1-0 in Zagreb, in de Europa League. In de 93e minuut raakte Oleg Reabciuk, die debuteerde, de bal met de hand in zijn eigen zestienmeter. De VAR greep in, de scheidsrechter wees naar de stip, en Dion Beljo schoot de strafschop in het midden binnen terwijl Colin Coosemans een kant koos.
Ik las de reacties in HLN, in de trein van 7u32, met mijn notitieboekje open op het tabblad „handen”. Léo Pétrot zei dat Oleg weinig anders kon doen: „Hij kan z’n handen niet afkappen.” Ik heb het genoteerd. Het is het eerlijkste antwoord dat ik las sinds ik hier ben.
Andrew Omobamidele ging verder. Hij legde uit dat iedereen tegenwoordig een andere kijk heeft op handspel, en dat je niet kunt sliden met je handen op de rug. Dus heb ik het geprobeerd. In de gang van mijn kot, in sokken, met de handen op de rug. Ik gleed een meter en kwam tot stilstand op mijn voorhoofd. Ik heb het nagekeken: bij een sliding hebben je armen wel degelijk een functie.
In het basket is de bal met de hand aanraken juist de bedoeling. Hier is het een vonnis, geveld na een tussenkomst van de VAR, in de 93e minuut.
Voor de volledigheid: Anderlecht trof twee keer de lat in dezelfde fase, doelman Kotarski stopte een kopbal van Tristan Degreef en redde voor Winkler en Aasgaard, en Kaïs Barry maakte tien minuten voor tijd een beslissende tackle. Niets daarvan telt op het scorebord. De hands wel.
Met de handen op de rug sliden, dat laat ik dinsdag oefenen. Woensdag komt niemand terug.
Ik heb een nieuw tabblad geopend in mijn notitieboekje. Het heet „wat doe je met je armen”. Het is leeg.
Het klopt, we hebben het nagekeken: HLN.







