Standard heeft met 0-1 verloren van Charleroi. In Sclessin. Een leeg Sclessin, zegt de pers. Daar zeg ik niets meer over.
In de slotminuten viel Salieu Drammeh in de zestien van Charleroi na een contact met een verdediger. Op de beelden lijkt de verdediger op zijn voet te staan. De scheidsrechter zag geen penalty. De VAR ook niet. Niemand ging de beelden aan de zijlijn bekijken.
Ik som op. Er zijn camera’s, schermen, een zaal en mensen in die zaal. Allemaal om te kijken. En er is niet gekeken.
In 1980 zag de scheidsrechter het niet, en dat was het leven. Men ging naar huis. Men praatte erover aan de frituur. Maandag las men de krant opnieuw, en de voet was nog altijd platgetrapt, en de score nog dezelfde. Vandaag ziet de scheidsrechter het ook niet. Maar hij heeft een machine die niet met hem meekijkt. De VAR is geen vooruitgang, het is een bekentenis.
Ik las in Voetbalkrant wat Peter Vandenbempt zei. Hij zei: „Ik kan er met mijn verstand niet bij dat de VAR de scheidsrechter niet minstens naar het scherm roept.” Ik wel. Men heeft een televisie gekocht. Men zet ze niet aan. Dat is trouwens erg Belgisch.
Hij voegde eraan toe dat de scheidsrechter zich twee keer vergist had, dat Charleroi de verdiende winnaar was en dat het geen goede match van Standard was. Daar spreekt een man die drie dingen zegt en ze alle drie meent. Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk.
Jonathan Lardot, de baas van de Belgische arbitrage, die gewoonlijk op maandag op DAZN het woord neemt, sprak meteen. Hij vond het „heel verrassend dat er geen penalty wordt gegeven”. Hij heeft de maandag niet afgewacht. Zelfs de maandag is niet meer wat hij was.
Marcel, de VAR heeft nooit voor ons gefloten. Vanavond was ‚ons’ Standard. Ik weeg mijn woorden.
Ik heb mijn weekblad opgeborgen. Het verschijnt donderdag. De voet zal nog altijd op de voet staan. Enfin. Het is de tijd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Voetbalkrant.






