Tactisch gezien moeten we het over Skopje hebben. Schotland won zaterdagavond met 0-2 van Noord-Macedonië, in League B van de Nations League. Eerste zege van Sébastien Pocognoli als bondscoach, na een 0-0 tegen Slovenië en een 0-3 thuis tegen Zwitserland. Het maakte een einde aan vijf matchen zonder doelpunt. Vijf. Ik ken dat. Bij ons noemen we dat een seizoensstart.
Het Daily Record loofde een agressieve, aanvallende ploeg, van begin tot einde op volle toeren. Dat zet ik dinsdag op training. Als ze met elf zijn, toch.
Maar wat me bijbleef, is wat erna kwam. De Schotse supporters zongen zijn naam op de wijs van de tune van Balamory, een kinderprogramma daar, en hij hoorde er niets van. Andy Robertson, zijn aanvoerder, heeft het hem na de match verteld. De aanvoerder die het nieuws komt melden aan de trainer. Bij mij is het de afgevaardigde, met zijn map onder de arm, die me in de kantine vertelt wat er tijdens de match gebeurd is. Ik zit op de bank, de handdoek op mijn knieën, de GSM die trilt, ik hoor ook niets. Het verschil: bij mij is het gezang meestal de kantine die vraagt om de glazen terug te brengen.
Pocognoli zei: „Zolang de supporters blij zijn, ben ik blij. Maar ik zal er de volgende keer iets meer op letten.” Opletten. Genoteerd. Zondag om drie uur spits ik mijn oren vanaf de twintigste minuut. Op een vlak veld na, hè, maken we hetzelfde mee.
Domme vraag, maar… heeft er al eens iemand jouw naam gezongen, Freddy? Ik vraag het voor mijn notitieboekje.
Ik heb niet geantwoord. Robertson werd gevierd voor zijn honderdste interland. Honderd matchen. Mijn linksachter zit aan zijn derde club dit seizoen, maar hij komt altijd terug voor de frietzak na de match. Dinsdag ontvangt Schotland Slovenië om het interlandvenster af te sluiten, en dan is het wachten tot november.
Het klopt, we hebben het nagekeken: L'Avenir.






