3-0 tegen Turkije in Sclessin. Dat is historisch. Ik weeg mijn woorden. Ik stuurde de uitslag naar „De Duivels van zondag” nog voor mijn puntzak friet op was. Mijn schoonbroer zette een duimpje. Van hem is dat een staande ovatie.
Daarna las ik de persconferentie van Vincenzo Montella, de Turkse trainer. Hij zei dat het „in grote lijnen een evenwichtige match was, zelfs statistisch gezien”. Mijn temperatuur zakte meteen. Evenwichtig? Ik keek de score nog eens na. Nog altijd 3-0.
Hij kwam met cijfers. Veertig keer raakte Turkije de bal in onze zestien, nul goals. Wij zesentwintig keer in de hunne, drie goals. Dus we hebben ze veertig keer binnengelaten. Veertig. Dat is een schande. Ik weeg mijn woorden. Maar goed, veertig keer niets binnenkrijgen, dat moet je maar doen. Historisch, zeg maar. Voor de verdediging. Ja, niet slecht.
Montella noemde die 3-0 een „lelijke” uitslag. Ik vond hem erg mooi. We kijken gewoon niet met dezelfde ogen. Ik zeg dat niet omdat ik supporter ben. Eigenlijk wel.
Zesentwintig keer in de zestien, drie goals. Dat is een verhouding van een vlak veld.
Hij herinnerde er ook aan dat Turkije onder zijn leiding na 24 jaar terug op het WK staat en gepromoveerd is naar Liga A van de Nations League. Hij zegt dat hij niet ongerust is en gemotiveerd en gefocust blijft voor de volgende wedstrijden. Dat herken ik. Precies dat schrijf ik ook in de groep na een nederlaag. Nu nemen we match per match, hè.
Het klopt, we hebben het nagekeken: RTBF Sport.







