Tactisch gezien… ik heb La Libre twee keer gelezen, in de prefabkleedkamer, met mijn kop koffie die koud werd op de farde. Mark van Bommel gebruikte tijdens de hele septemberperiode maar één systeem: het 4-3-3, met een paar vrijheden en een aanpassing in het defensief herpositioneren. Eén systeem. Ik ook. Het mijne is het 4-4-2, maar het idee is hetzelfde: je verandert op donderdag niet van geloof.
Wat me deed stilstaan, is Timothy Castagne. De speler van Fulham zegt: „We hebben veel gewerkt tijdens deze interlandperiode, zelfs al wandelend op het veld, om de posities van iedereen te zien, om te begrijpen wat je moet doen, of niet moet doen.” Wandelend. De Duivels. Ik heb het luidop herlezen tegen de handdoek.
Want dat zet ik dinsdag op training. Als ze met elf zijn, toch. Bij ons noemen we dat geen methode, wij noemen dat veld 2 na een stortbui, als lopen geen optie meer is. Ik laat ze wandelen, ik zet ze neer, ik zeg: jij, daar, jij beweegt niet meer. Castagne zegt dat je zo precies ziet wat er verwacht wordt, de dag na een match, zonder te lopen. Zo. Het niveau in derde provinciale is enorm gestegen, de mensen beseffen dat niet: het niveau van boven is tot bij ons gedaald.
Dan zijn er de wissels. Van Bommel gebruikte zijn twintig wissels, na een uur spelen, een kwartier voor tijd en in de laatste vijf minuten. In Frankrijk kwamen De Ketelaere en Godts in de 70e minuut binnen, daarna Keita, Openda en Trossard ineens in de 87e. Een driedubbele wissel in de 87e, die ken ik: dat is wanneer de afgevaardigde roept dat de ouders er zijn. Bij hem heeft het tenminste elders geholpen: Lukebakio en Lukaku scoorden na hun invalbeurt, in Italië en tegen Turkije.
Voor de match in Frankrijk had hij gezegd dat er „geen plan B, enkel een plan A” was. De uitslagen, 0-1 en 4-1, ga ik niet verdedigen. Maar een trainer met maar één plan, die begrijp ik. Ik heb er ook maar één. Het zit in de farde, pagina één, en het werkt heel goed op een vlak veld.
Op een vlak veld na, hè.
Het klopt, we hebben het nagekeken: La Libre.





