Sven Vandenbroeck bleef zeven maanden zonder club. In maart was hij aan de kant geschoven bij Zulte Waregem. Ik las dat maandag, aan de frituur, in mijn weekblad.
Intussen speelde hij golf. Over golf heb ik niets te zeggen. Hij zag oude vrienden terug. Dat is goed. Begin september beklom hij de Kilimandjaro. Dat is hoog.
Hij speelde ook padel.
Daar ben ik een tijdje blijven steken. Padel is tennis dat schrik heeft van muren en besloten heeft ze te gebruiken. In 1980 speelde men tennis met een net en met ruimte, en als de bal buiten ging, ging hij buiten. Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk.
Dan is er nog de VDAB. Hij moest er meermaals langs. Daar stelden ze hem voor om leraar lichamelijke opvoeding te worden. „Als je x aantal maanden niks hebt, proberen ze je toch in een traject te steken en om te scholen”, zei hij aan Het Nieuwsblad. Hij voegde eraan toe dat hij er blij mee was, maar dat voetbal zijn passie blijft.
Een traject. In mijn tijd zei men: een beroep. De leraar turnen had een fluitje, een klimtouw en geen traject. Noteer dat ik niet tegen vooruitgang ben. Ik ben tegen deze vooruitgang.
Domme vraag, maar zit padel nu in het programma van lichamelijke opvoeding?
Ik heb Louise niet geantwoord. Ik wilde het niet weten.
De goesting om weer te werken kwam terug na de Kilimandjaro. „Ik ga liefst zo dicht mogelijk bij huis aan de slag”, zei hij. Dat keur ik zonder voorbehoud goed. Ik ga naar het stadion als de kalender de zondag om drie uur respecteert, en nooit verder dan nodig.
Enfin. Het is de tijd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: VoetbalPrimeur.be.





