Twee goals. Zaterdag tegen Mechelen legde Jeppe Erenbjerg de bal twee keer in het net. Dat is historisch. Ik weeg mijn woorden. En dan werden ze allebei afgekeurd voor buitenspel. Dat is een schande. Ik weeg mijn woorden ook, het zijn alleen andere woorden.
Bij de eerste bal zette ik meteen een bericht in „De Duivels van zondag”. Twaalf duimpjes. Bij de tweede heb ik gewacht. Ik leer bij.
Ik maak de rekening. Dertien goals vorig seizoen bij Zulte Waregem. 5,5 miljoen euro betaald door Genk deze zomer. Tien wedstrijden, nul goals, drie assists. Drie assists, er zit positiefs in. Een aanvaller die de anderen laat scoren, dat is een groep die goed leeft, dat zie je.
Mijn schoonbroer, die voor de andere club supportert, antwoordde dat nul nul is. Ik heb hem gedempt. Niet slecht als antwoord, vind ik.
Hij mocht tegen Mechelen starten omdat Daan Heymans, die zijn plaats in de basis heeft ingenomen, geschorst was. Heymans is weer beschikbaar. En zondag trekt Genk naar Union, met twee punten uit vijf uitwedstrijden en een kloof met de top vier die groter wordt. Uit, nog eens. Het is vinnig koud in november, dat helpt een aanvaller nooit.
Een afgekeurd doelpunt blijft een bal in het net. Het net onthoudt dat.
Ik hou ze allebei bij in mijn tribuneboekje, in potlood. Historisch, kortom. Enfin, bijna. Nu nemen we match per match.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Voetbalkrant.






