Domme vraag, maar een talent manager, beheert die het talent of de mensen die het hebben? Ik las het interview met Sven Kums in HLN, in de trein van 7.32 uur, en ik heb een nieuw tabblad geopend in mijn notitieboekje.
Wat ik heb begrepen. Sven Kums is 38, hij stopte anderhalf jaar geleden met voetballen en kreeg in 2015 de Gouden Schoen. Sinds begin mei is hij talent manager bij AA Gent. Zijn job: de overgang van de Gentse jongeren naar het hoogste niveau. Elke week zit hij samen met Kjeld Fort, de operationeel directeur, en Michel Louwagie, de sportief adviseur.
En elk weekend kijkt hij naar de wedstrijden van de U8 tot het eerste elftal. Alle categorieën. Ik heb op mijn vingers geteld en ben gestopt, omdat ik niet wist hoeveel het er waren. De echte begeleiding begint pas vanaf de U13. Dus van U8 tot U12 kijkt hij. Hij begeleidt nog niet. Hij speurt, veronderstel ik? Ik heb „na te kijken” genoteerd.
Dan zegt hij een zin die me voor het talent een beetje kwetste: „Talent is niet voldoende om te geraken.” De talent manager zegt dat talent niet volstaat. Ik vond dat heel eerlijk. Alsof een bibliothecaris zou zeggen dat boeken niet volstaan, je moet ze ook lezen.
Hij vertelt ook dat hij soms jongens hoort zeggen dat ze willen fitnessen, maar dat dat van de club moet komen. Zijn antwoord, aan HLN: „Komaan, zeg. Als ik sterker wilde worden, zocht ik zelf wel iemand die mij zou helpen.” Hij zegt dat het soms een strijd is om iemand te doen inzien dat hij er alles voor moet doen.
Laatste ontdekking: met 30 wedstrijden is hij de Belgische speler met de meeste wedstrijden in de Conference League. Slechts drie spelers in Europa doen beter, alle drie van Fiorentina: Dodô, Luca Ranieri en Rolando Mandragora, die er 49 heeft.
Een manager voor het talent. In mijn tijd redde het talent zich.
Kortom, ik heb nog veel te leren. Maar ik denk dat ik ga fitnessen. Helemaal alleen.
Het klopt, we hebben het nagekeken: HLN.






