Nederland heeft Servië met 2-1 verslagen in Eindhoven. Nations League. Ik las het maandag in de frituur, zoals altijd.
De bondscoach, Xavi Hernández, zei aan de NOS dat hij zijn stem kwijt was na zijn eerste weken. „Maar dat is normaal”, voegde hij eraan toe. Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk. Een bondscoach hoorde je in mijn tijd niet. Hij had zijn stem, hij gebruikte ze niet. Het was een vorm van zuinigheid.
Hij legde ook uit dat zijn ploeg op balbezit wilde spelen en daar niet in slaagde. Dat Servië goed verdedigd had, man tegen man. „Servië deed het goed, man tegen man, en wij vonden geen oplossing”, zei hij. Man tegen man. Dat is een uitdrukking die niemand hoefde uit te vinden. Ze was er vóór ons.
Na de rust veranderden ze van systeem. Meer kansen, volgens hem. Joshua Zirkzee scoorde de 2-1, een doelpunt dat hij prachtig vond, met veel aanrakingen van de bal. In 1980 telden we de doelpunten. De aanrakingen liet je aan de bal.
Dan had hij het over familie. „Het belangrijkste is dat we een familie aan het smeden zijn.” Een nationale ploeg die een familie wil zijn. Noteer dat ik niet tegen de familie ben. Ik ben ertegen dat men ze smeedt in de Nations League.
Domme vraag, maar als de familie elkaar over zes weken terugziet, wat doet ze dan intussen?
Vier matchen, twee overwinningen, twee gelijke spelen tegen Duitsland en Griekenland. Eerste met acht punten. En hij denkt eraan meer spelers op te roepen. Enfin. Het is de tijd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: NOS.






