Anderlecht heeft met 0-4 verloren in Gent. Drie goals na de 73e minuut. Gent is leider, met negen punten voorsprong. Ik las dat maandag bij de frituur, in mijn weekblad. De uitslag was niet veranderd.
Na de match zei Vitor Bruno, volgens VoetbalPrimeur: „We kunnen nog punten terugpakken, maar we moeten niet naar de eerste plaats kijken. Wel naar het team dat 4e staat.”
De vierde plaats. In 1980 keek niemand daarnaar. Men keek naar de eerste, en dan naar de laatste. Daartussen was het leven. Vandaag heeft de vierde plaats een betekenis. Men mikt erop. Hardop, voor de microfoon. In mijn tijd mikte men op de eerste. Lukte dat niet, dan wachtte men op volgend seizoen. Zwijgend.
Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk.
Hij zei ook: „De grootste fout die we kunnen maken, is dat we verder kijken dan dat. Je moet begrijpen waar we staan en wat ons niveau is. In deze matchen zie je dat er nog een verschil is met de teams die bovenaan staan.” Dat is een eerlijke zin. Ik heb ze twee keer herlezen. Een trainer die zegt waar hij staat, hoor je zelden. Meestal zegt men waar men naartoe gaat.
Hij weigert met vijf achteraan te verdedigen. Hij houdt zijn risicovolle aanpak. Dat keur ik goed. Vijf verdedigers, in 1980, dat was een ploeg die schrik had. Je zag het vanaf de staantribune, in de stromende regen.
Vijf achteraan, dat doe ik als de afgevaardigde vergeten is dat we op een hellend veld spelen.
Hij noemde Charleroi en de Union als ploegen om naar te kijken. Daarna zei hij dat Anderlecht eerst naar zichzelf moest kijken. Een club die naar zichzelf kijkt. Veertig jaar geleden noemde men dat een kleedkamer. Enfin. Het is de tijd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: VoetbalPrimeur.be.




