Sint-Truiden heeft met 0-1 gewonnen in Herning. Een kopbal van Frederic Soelle Soelle, van dichtbij, vlak voor de rust. Een voorzet van Robert-Jan Vanwesemael. Ik heb de uitslag gelezen in de frituur, in mijn weekblad, twee keer. Ze was niet veranderd.
De dag voordien had de trainer van Midtjylland, Mike Tullberg, gesproken. „We kennen de zwakheden van STVV. Ze zijn zwakker op verplaatsing dan op hun eigen kunstgras”, zei hij, volgens HLN. En Joedrick Pupe vertelde aan Het Laatste Nieuws dat die trainer een „easy win” had aangekondigd.
In 1980 zei een trainer de dag voor een match niets. Hij rookte. Niemand wist wat hij dacht, en zo was het goed. Ik bekritiseer niet. Ik vergelijk.
Vandaag is de vooravond een match geworden. Met microfoons. Daar kondigt men de uitslag aan, daarna speelt men de andere match, die telt. Noteer dat ik niet tegen vooruitgang ben. Ik ben tegen deze vooruitgang.
En dan is er nog het kunstgras. In mijn tijd was het veld gras, of modder, naargelang het seizoen. Over de ondergrond sprak niemand. Men sprak over de plensregen. Ik heb ze gezien, die plensregen, rechtstaand, in 1976.
Volgens HLN was Midtjylland al zestien matchen ongeslagen en het was dubbel zoveel waard. Sint-Truiden trof drie keer het hout, via Kaito Matsuzawa en tweemaal Ilias Sebaoui. Doelman Kokubo hield meerdere keren stand. Dat erken ik. Het was een match zoals vroeger. Zonder aankondiging.
Eén ding heeft de tijd niet kapotgemaakt. Pupe sprak over 950 mensen in het uitvak. „Gewoon fantastisch, ze hebben ons heel de wedstrijd vooruitgestuwd”, zei hij. Negenhonderdvijftig mensen die helemaal naar Denemarken rijden. Dat gebeurde in 1980 ook.
Domme vraag, maar als de trainer de dag voordien niets zegt, waarmee vullen de journalisten dan die dag?
Sint-Truiden heeft 6 punten op 6. Het versloeg Iberia Tbilisi met 2-0. Er resten nog vier speeldagen. Enfin. Het is de tijd.
Het klopt, we hebben het nagekeken: HLN.






