Een 0-0 in Slovenië vorige maand om te beginnen. Ik had op dat moment gezegd: een schande, ik weeg mijn woorden. Nul goals in negentig minuten, voor een debuut. En dan Skopje. Eerste zege van Sebastien Pocognoli met Schotland, eerste goals. Dat is historisch. Enfin, niet slecht.
Ik las het allemaal aan de kicker van het café, op mijn gsm, terwijl de groepsapp “De Duivels van zondag” over iets anders bezig was. Ik stuurde hun de lijst. Andy Robertson, aanvoerder, honderdste interland. Kieron Bowie, eerste goal voor Schotland. John McGinn, een strafschop. Luke Graham, van Stoke City, zijn debuut. Mijn schoonbroer antwoordde: “En dan?” Hij snapt niets van de thermometer.
Want in dezelfde match is er ook die rode kaart voor Scott McKenna, vlak voor het einde. De bondscoach moet minstens één wissel doorvoeren. Historisch en vervelend op dezelfde avond. Allebei. Ik ken dat van buiten sinds plaats 14.
Een overwinning, een rode kaart. Vroeger noemden we dat een gewone zondag.
Dinsdag, Hampden Park, Slovenië komt terug. Dezelfde ploeg die het 0-0 hield. Ze verloor net met 2-1 in Zwitserland, de leider van de groep, een nipte nederlaag. Een ploeg die nipt verliest van de nummer één, dat is een teken. Een teken van wat, ik zoek nog. Het is de laatste Nations League-wedstrijd van dit interlandvenster. Ik zeg dat niet omdat ik Schotland deze week geadopteerd heb. Enfin, toch.
En Oli McBurnie, 19 interlands, nog geen doelpunt. Ik geloof erin. Dinsdag zou historisch zijn. Nu nemen we match per match, hè.
Het klopt, we hebben het nagekeken: BBC Sport.






